St. Antonius ziekenhuis Nieuwegein en Utrecht
In 2006 heeft het St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein op de klinische afdelingen neurologie en interne geneeskunde Theory of Constraints geïmplementeerd. De resultaten van de pilot hebben de Raad van Bestuur doen besluiten TOC in 2008 en 2009 op alle klinische afdelingen van het inmiddels gefuseerde ziekenhuis (St. Antonius Nieuwegein en Mesos Utrecht) uit te rollen. Het project is in november 2009 naar de lijn overgedragen.
Probleemschets
Het ziekenhuis staat bekend om haar gedrevenheid en professionaliteit. Elk jaar behandelt het ziekenhuis meer patiënten. Echter, de bedbezetting van de klinische afdelingen naderden de 100%, zodat de meerproductie in gevaar kwam. Om ook de komende jaren blijvend meer klinische patiënten te kunnen behandelen, moest de gemiddelde ligduur omlaag. Resultaten met TOC op de doorstroom van patiënten in ziekenhuizen in Engeland hebben ertoe geleid dat het Management Interne Geneeskunde op twee van haar klinische afdelingen TOC als pilot heeft ingevoerd.
Januari 2008 is het St. Antonius ziekenhuis gefuseerd met het Mesos in Utrecht (locaties Oudenrijn en Overvecht). Na de fusie heeft het ziekenhuis locatie Nieuwegein stapsgewijs steeds meer ingericht als een locatie met de nadruk op complexe ziektebeelden. De locaties in Utrecht werden tegelijkertijd ingericht voor de meer planbare zorg, waarbij zorgpaden met een efficiënte en gastvrije behandeling van patiënten voorop stonden.
Om deze verschuiving in patiëntengroepen te kunnen uitvoeren, en uitbreiding van de beddencapaciteit niet tot de mogelijkheden behoorde, was een verlaging van de gemiddelde ligduur op alle klinische afdelingen noodzakelijk. TOC moest uitkomst bieden.
Toegevoegde waarde
Therese Borghuis was Manager Zorg & Bedrijfsvoering Geneeskunde in het St. Antonius Ziekenhuis en heeft voorgesteld een pilot TOC op twee klinische afdelingen uit te voeren. Zij was projectleider van de pilot. Een half jaar na implementatie van de methode op de afdelingen neurologie en interne geneeskunde, was de ligduur 30%, respectievelijk 40% gedaald. In dezelfde 6 maanden was het aantal opnames met 500 toegenomen (ten opzichte van een totaal aantal opnames over beide afdelingen van 2000 over geheel 2005!)
Met deze resultaten heeft de RvB besloten TOC over alle klinische afdelingen uit te rollen, met als doelstelling de ligduur bij beschouwende afdelingen met gemiddeld 20% en bij snijdende afdelingen met gemiddeld 10% te verlagen. Eind 2009 is de implementatie na 1,5 jaar afgerond. Gemiddeld is de ligduur met 10% gedaald, waarbij beschouwende afdelingen de gestelde norm gehaald hebben (met zelfs een ligduurafname van 50% bij cardiologie), terwijl de gestelde norm bij de snijdende vakken (nog) niet is gerealiseerd. Vooral bij deze patiëntengroepen heeft het verschuiven van patiënten over de locaties grote impact gehad, onder meer voor de bezetting van de OK's en de complexiteit van zorg voor deze patiënten op locatie Nieuwegein en voor de bezetting van de chirurgische bedden op deze locatie. De toegenomen complexiteit en wijzigingen in de OK-planning (met veel variatie in aantal te opereren patiënten per dag) hebben een sterke verlengende werking gehad op de ligduur. Hiermee was bij het stellen van de norm geen rekening gehouden.